lesgeven in creatief schrijven: een vak dat je kunt leren

Brood bakken zonder diploma

Dit is een gastpost van Esther Bevers. Via haar eigen tekstbureau TerraTekst schrijft en redigeert ze zakelijke teksten en verzorgt ze cursussen en workshops creatief schrijven voor beginners en gevorderden. 

Het vak van schrijfdocent is een mooi vak, maar ook een raar vak. Voorbeeld? Ik gaf al jarenlang les in creatief schrijven, maar ben pas later begonnen aan een opleiding tot schrijfdocent. Dat zou een bakker niet gebeuren: eerst jarenlang brood bakken en dan eens naar de bakkersschool…

Het was niet uit luiheid of onverschilligheid. Er was een tijd lang simpelweg geen mogelijkheid tot het volgen van een opleiding tot docent creatief schrijven. Vroeger wel overigens, maar die opleiding werd eind jaren negentig opgeheven. Voor mij zat er dus niets anders op dan: alles lezen over lesgeven en over creatief schrijven, doorgeven wat ik zelf in al die jaren heb geleerd, mijn eigen ervaringen als cursist meenemen, en dat alles mixen (om op die bakker terug te komen) tot aantrekkelijk lesmateriaal voor cursisten creatief schrijven.

Maakt zo'n papiertje verschil?


Toen de docentenopleiding werd opgericht heb ik erg getwijfeld of ik die moest volgen.
Ik gaf toch al les? Dat ging toch goed? Mijn cursisten waren tevreden, mijn lessen werden goed bezocht. Waarom dan nog anderhalf jaar lang om de week een hele dag lessen volgen? Wat moest ik dan nog leren? En zou zo’n papiertje echt veel verschil maken?

Ja, besloot ik. Zo’n papiertje maakt verschil. Ten eerste omdat ik daarmee bij instanties zou kunnen aantonen dat ik schrijflessen kan geven. Ten tweede omdat ik realist genoeg was om te verwachten dat er nog veel dingen waren die ik niet wist – maar waarvan ik niet wist dat ik ze niet wist.

Opnieuw een beginner

Tijdens de opleiding staan de docenten model voor de schrijfdocent. De deelnemers staan model voor de cursisten. Zo maakte ik kennis met allerlei onderwerpen en technieken, óók die waar ik nog niet in thuis was. Ik als prozaschrijver moest plotseling ook non-fictie schrijven, en (nog onbekender terrein) gaan dichten. En zo kon ik, net als mijn eigen cursisten, weer eens ervaren hoe dat is, als (relatieve) beginner in een genre. Hoe spannend en soms frustrerend het is om je op paden te begeven waar je nog veel hebt te onderzoeken en experimenteren. En hoeveel voldoening het geeft om je een nieuwe techniek of een nieuw genre eigen te maken. Want inmiddels draai ik m’n hand niet meer om voor, zeg, een haiku of een light verse. Maar het is goed om dat proces van ‘onder de knie krijgen’ weer van binnenuit mee te maken. Dat maken mijn cursisten voortdurend mee.

Alleen volkorenbrood

Op mijn werkkamer staan nu vijf dikke ordners met lesmateriaal. Over proza, maar ook over poëzie en autobiografisch schrijven. Over hersenhelften, associatietechnieken en fases in het schrijven. Over didactiek, lesopbouw en feedbackvormen.
En als ik nu terugkijk naar de vroegere schrijflessen die ik gaf, moet ik concluderen dat die niet uitblonken in afwisseling. Ik gaf namelijk les in mijn eigen genre, met mijn eigen werkvormen, op de manier waarop ikzelf het liefst les had en zoals ik het nu eenmaal gewend was te doen. Precies, nogal vanuit mezelf geredeneerd.
Dat is als de bakker die alleen maar volkorenbrood in de schappen heeft omdat hij dat van huis uit zo heeft meegekregen. Prima ambachtelijk brood, daar niet van, maar de klant die graag eens een halfje wit wil, kan hij niet bedienen. Laat staan de clientèle die nog aan het zoeken is wat hij het liefste eet, en die van alles een beetje wil proeven.

Afwisseling

Niet alleen de klant (de cursist) heeft meer te kiezen, ook ik als schrijfdocent heb nu veel meer keus. Introduceer ik vandaag een onderwerp aan de hand van een filmpje, of gebruik ik liever een voorbeeldtekst? Zal ik mijn cursisten eerst iets laten ervaren en dan de theorie erachter uitleggen, of moet het in dit geval precies andersom? En op welke manier zal ik ze feedback op elkaar laten geven?
Al die vragen lijken op het eerste gezicht misschien verwarring te scheppen, maar het tegendeel is waar. Alleen al doordat ik nu bewust keuzes kan maken in de middelen die ik inzet, zijn mijn lessen veel doelgerichter en afwisselender. Dat is leuker voor mijn cursist, en ook voor mezelf.

De grootste winst

Maar de grootste winst zit hem op nog een ander vlak: ik heb nu niet meer voornamelijk oog voor de uiteindelijke tekst, het schrijfproduct van een cursist, maar ook voor het schrijfproces. Het zoeken naar ideeën, associëren, het vinden van de goede vorm en de juiste woorden, het schrappen van de overbodige. Tot er iets staat dat de schrijver misschien wel zelf verrast: moet je nou eens lezen wat ik heb geschreven!
Het begeleiden van dat proces, dat gepuzzel, en het soms bijna magische moment van verrukking als er staat wat er moet staan, dat vind ik uiteindelijk het mooiste van het vak als schrijfdocent.
Want al is het soms misschien een raar vak, het is vooral ook een mooi vak. Voor mij is het alleen nog maar mooier geworden.